Gijzeling familieleden

Wanneer iemand voor het verzet werkte, konden de familieleden als gijzelaars vastgehouden worden door de Duitsers met het doel dat de persoon die in het verzet zat, zich zou melden. Op bladzijde 62 van de donkere kamer, heeft Osewoudt afgesproken op een treinstation met zijn kamerhuurder Moorslag. “-Osewoudt! Ik heb een half uur op je staan wachten ! Ik ben een zenuwtoeval nabij. De Duitse politie is gekomen, vanochtend om tien uur. Ze hebben Ria en je moeder meegenomen. Ze hebben je moeder en Ria in een auto geduwd. Ik stond in mijn pyjama naast mijn bed. Ik zag het gebeuren uit het raam. Toen ze weg waren, ben ik naar beneden gelopen en heb je Leica gepakt. Maar terwijl ik mij boven aankleedde, kwamen ze weer terug. Ze zitten je op te wachten. Ik ben ‘m gesmeerd over het dak. Later ben ik terug gegaan om te kijken….
-Zeur niet, antwoordde Osewoudt, zelfs als je gewoon naar huis teruggaat, zullen ze je niet opakken! Ze hebben je met opzet laten lopen! Begrijp je dat, slimmerd? Ze hebben je met opzet laten lopen om mij te kunnen vertellen wat er was gebeurd!....
-O ze zijn verrekt listig! Nu begrijp ik het. Ze hebben gedacht dat jij, als ik je vertelde dat je moeder in de gevangenis zat, zelf onmiddellijk naar hen toe zou komen, uit eigen beweging. Ze willen je vangen door middel van je moeder! De hele buurt wist wat er gebeurde”.

Voor de Duitsers was dit bijna standaard beleid geworden. Van iemand die gezocht werd, werden familieleden gegijzeld. Bij Jan Verleun werden zijn beide ouders opgepakt. (blz 220) Jan Verleun melde zich niet bij de Duitsers. Uiteindelijk werd hij door verraad gearresteerd. De familieleden werden toen weer vrij gelaten. Osewoudt werd ook gearresteerd en kreeg wel te horen dat zijn moeder en vrouw weer vrijgelaten waren. De familie van Verleum mocht wel zijn was halen en brengen, maar geen bericht sturen. Jan Verleun was er dan ook niet van op de hoogte dat zijn ouders weer vrijgelaten waren. Met Kerst mocht hij een kerspakket ontvangen. Ook hier mocht geen brief bij wel moest er een lijst bij met de inhoud van het pak. Overgenomen uit het boek: Soldaat in verzet. De belofte die Jan verleun het leven koste.

Blz 377: “Ik moet mijn geboeide hand erbij gebruiken om het zware pakket van mij af te schuiven. Dan zie ik met grote rond cijfers mijn celnummer erop staan. Waar is dat nou voor nodig? Maar daar… daar staat mijn naam.. en dat handschrift! Gos, dat is toch niet mogelijk, dat handschrift is toch van Moeder! Van Moeder!!! Jezus, Maria ik moet u bedanken, of is het bedrog? Doch als een felle bliksemstraat slaat het door mijn hersenen: Moeder is vrij, vrij, vrij!!! Ik begin te schreeuwen als een klein kind en bid tegelijkertijd. Ik kan geen woorden vinden. Jezus dank! Dank Jezuskind! Toen ik een beetje bedaard was, vouwde ik het papier op en bekeek voorzichtig de doos. Daar stond weer mijn naam op, maar dat handschrift van Gré, ja van Gré. Ik deed de deksel open en zag aan de binnenzijde van de deksel een papier geplakt, waarop stond: Inhoud:één blok kunsthoning en dat was geschreven door Theo! Die was dus safe. Enfin dat wist ik al. Maar dan volgde weer het grotere rondere handschrift van moeder. … Intussen had ik de doos geopend, terwijl ik prakkiseerde hoe het nu met Vader zou zijn gaf het kerskindje onmiddellijk antwoord. Op het deksel stond in Vader’s handschrift: 1 pak boter. ½ pond suiker. Ik herkende Vader’s handschrift onmiddellijk aan de delta, daaronder stond 3 ons kaas, 2/3 tarwebrood onmiskenbaar in het kleine regelmatige handschrift van Lidy….
Vader gaf brood, Moeder gaf kaas, Theo eieren, Lidy boter en Do een zakje wenerpunten, zelf gebakken. Ger ook koek en de drie jongsten ieder een worstje. Gré was natuurlijk ook present met pannenkoeken. Jonge, jonge ook nog suiker van Trees, wat een weelde. Het is maar goed dat het maar één keer kan gebeuren, anders zou ik hier niet meer weg willen.”