Verleun komt bij Osewoudt

De donkere kamer van Damokles is een oorlogsroman met Osewoudt als hoofdpersonage. Osewoudt is een sulletje die door een toevallige ontmoeting met Dorbeck in het verzet lijkt te komen. Dorbeck geeft hem opdrachten. 

 

Dorbeck.

In de roman loopt Dorbeck, wanneer de oorlog net uitgebroken is,  de winkel van Osewoudt binnen. Ze lijken sprekend op elkaar, behalve dat Dorbeck donkere haren heeft en Osewoudt lichte haren, geen baardgroei heeft en een hoge piepstem. Dorbeck lijkt de stoere versie van Osewoudt. Ze zijn even lang. Dorbeck zat in  het leger en Osewoudt was afgekeurd, dit omdat hij te kort was. (blz. 22) Dorbeck heeft zich in verband met zijn lengte niet aflaten keuren. Hij heeft zich uitgerekt om toch in het leger te kunnen. (blz. 24)

Jan Verleun was aan het begin van de Tweede Wereldoorlog militair en sloot zich na de overgave van Nederland, aan bij het verzet.

Wanneer Dorbeck, aan het begin van het boek de sigarenzaak van Osewoudt binnenstapt, loopt naar mijn idee, de verzetstrijder Jan Verleun binnen.

 

Jan Verleun.

Jan Verleun moet erg  gemotiveerd zijn geweest zijn motivatie om in het leger te komen. Een half jaar voor zijn keuring deed hij al rekoefeningen  om zo een halve centimeter langer te worden. Die halve centimeter had hij nodig om niet afgekeurd te worden. Tijdens de dreiging van de aankomende oorlog werd hij bij de Grebbelinie gestationeerd. Hier raakte Jan Verleun door een granaat, zwaargewond en deed hij God een gelofte: "Als hij het zou overleven, dan zou hij er alles aan doen om de Mof uit het land te verjagen”. Zijn makkers kregen hem te pakken en wisten hem op een veilige plek te krijgen. De operatiekamer waar hij in terecht kwam, zou schoon geweest zijn toen hij naar binnen gedragen werd en het bloed zou duimhoog tegen de muren gezeten hebben toen hij uit de operatiekamer kwam. Nederland had zich overgegeven. Jan Verleun krabbelde op en ging in zijn militaire kloffie naar huis in Amsterdam. In de trein kwam hij Pam ] tegen. De jongen die zich naar zijn initialen noemde, want hij heette voluit Petrus Antonius Martinus (Pooters). Ze raakten aan de praat. In Amsterdam aangekomen dronken ze nog een kopje koffie en werd er over het verzet gesproken. Op een sigarettendoosje schreef Pam in code een telefoonnummer en gaf dit aan Jan Verleun. 

 

In de donkere kamer:

`Bel op Amsterdam 38776, volgende week zaterdag 5 uur. Dorbeck`[i]

 

Pam werkte bij de Voedselvoorziening. Een goede dekmantel voor verzetswerk. Met de auto’s hiervan hadden ze gelegenheid om wapens en personen ongemerkt te transporteren. Pam introduceerde Jan Verleun bij CS-6, wat toen waarschijnlijk nog geen CS-6 heette. Voordat hij aan de slag ging voor deze verzetsgroep moest hij eerst in gesprek met zijn vader. Het was een vertrouwelijk gesprek, de nieuwsgierige broertjes en zusjes mochten er niet bij aanwezig zijn. Er werd gewikt en gewogen. Uiteindelijk kwam zijn vader tot dezelfde conclusie als Jan: Jan had God een belofte gedaan op het moment dat hij door een granaat in zijn arm geraakt werd. Als hij toen en belofte gedaan had, dan moest hij zich hieraan houden.

 

 

 

 

[i] De Donkere kamer van Damokles.


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.