Opsporing verzocht: Osewoudt of Ubbink en Dourlein?

Osewoudt gaat met zijn vriendin naar de Tivoli bioscoop. Eerst is er een reclame en dan komt er een opsporingsbericht.

 

Blz 143.  

 

        “Belooning  f 500,-

Hiernaast afgebeelde persoon

Hendrik Maarten OSEWOUDT

Geb. 23-04-1920 in VOORSCHOTEN

Laatst gewoond hebbende aldaar,

 

Winkelier

Wordt door de recherchecentrale gezocht terzake straatroof

Ieder die inlichtingen kan verschaffen,

wende zich tot de plaatselijke politie.”

 

 

Voor het originele opsporingsbericht dat tijdens de oorlog gebruikt werd, zie de foto op deze pagina.  Hier werden Johan Bernard Ubbink en Peter Dourlein gezocht via dezelfde methode. Dourlein en Ubbink waren agenten die afzonderlijk door de Engelsen gedropt waren in Nederland. Ze werden door de Duitsers opgepakt die als welkomstcomité klaarstonden. “Nadat Dourlein en Ubbink uit Duitse gevangenschap ontsnapt waren, werden hun foto's in het filmjournaal opgenomen met de vermelding dat zij wegens straatroof gezocht werden; de tekst komt woordelijk overeen met die van het opsporingsbericht van Osewoudt “[i]  Dourlein en Ubbink wisten  te ontsnappen door heel  klassiek, zich naakt tussen de tralies heen te wurmen en vervolgens met aan elkaar gebonden lakens naar beneden te klimmen. Prikkeldraadje over en een grachtje over zwemmen en ze waren weer in vrijheid. In Tilburg werden ze geholpen om via Zwitserland weer naar Engeland te komen. Tussendoor  waarschuwden ze ook nog Engeland dat het radio verkeer geheel in handen was van de Duitsers.  In plaats van dat de Engelsen geloofden dat het telegrafisch verkeer helemaal in handen was van de Duitsers, geloofden ze in Engeland wel het bericht van Scheideigger, dat Dourlein en Ubbink op weg waren naar Engeland als spionnen van Duitsland.(boek Jansen) In Engeland werden  zij meteen gearresteerd. Nu was het gebruikelijk dat Engelandvaarders eerst uitgebreid verhoord werden door de Engelsen. Dit om te voorkomen dat er Duitse spionnen tussen zouden zitten. Voor Dourlein en Ubbink was het een bittere pil. Eerst in handen van Duitsers vallen, vervolgens kunnen ontsnappen en dan na een lange tocht niet geloofd te worden. In 1950 werd Dourlein gerehabiliteerd en Ubbink in 1954.

 

Zie ook Dummy

 

 

[i] Over de donkere kamer van Damokles van Willem Frederik hermans, door Frans A. Jansen (bron 46) Enquêtecommissie [...] Verslag [...], dl. 4A, p.387-390, 457, 772-773, 892.