Osewoudt leent zijn Leica van Leo Frijda.

Leo Frijda, een ander lid van CS-6 , liep net als Osewoudt rond met een Leica.


Dorbeck kwam de sigarenzaak van Osewoudt binnen met de vraag of hij ook foto´s kon ontwikkelen. Osewoudt zei dat hij dat kon, maar had het nog nooit eerder gedaan. De foto’s die Osewoudt moest ontwikkelen voor Dorbeck, mislukte. Tijdens het ontwikkelen had hij wel gezien dat Dorbeck op een foto stond. Hij stond in de Kleine Houtstraat te Haarlem, het nummer was zelfs te zien en hij omarmde twee vrouwen Echter voordat hij de rol gefixeerd had, deed iemand de deur van zijn donkere kamer open waardoor de hele film zwart werd.
 blz 30: “Maar omdat hij vermoedde dat ze waardeloos zouden zijn en hij niet aangezien wilde worden voor een man die alleen maar teleurstellingen tot ontwikkeling kon brengen, deed hij iets wat uitgelegd zou kunnen worden als een wanhoopsdaad: Hij nam al zijn bedrijfskapitaal (zeshonderd gulden) uit de bank, ging naar Den Haag, en liep een fotowinkel binnen waar hij in vijf minuten een Leica kocht die hij contant betaalde. Daarmee stapte hij op de tram naar Scheveningen in de hoop militaire installaties van de Duitsers te kunnen fotograferen: Luchtdoelbatterijen, kampementen en schepen die zij gereed maakten om een aanval op Engeland uit te voeren.”

Hermans heeft het in de donkere kamer van Damokles specifiek over een Leica en niet gewoon over een fototoestel.
Met deze Leica fotografeerde Osewoudt wat stellingen van de Duitsers. Dit is waar het eerste verzet uit bestond. Het fotograferen van Duitse legertroepen, om de regering die naar Engeland was uitgeweken te kunnen informeren over de plekken waar de Duitsers gestationeerd waren bij Leo Frijda, CS-6 lid van het eerste uur, fotografeerde ook met een Leica.
Zijn ouders, woonden in de Corellistraat nummer 3, schuin tegenover de Boissevains van nummer 6. De Boissevains speelden een belangrijke rol bij CS-6. De naam CS-6 zou van hun adres komen, Corellistraat 6. Leo Frijda had medicijnen willen studeren, maar door zijn joodse komaf, was hem de toegang tot de universiteit ontzegd. Zijn vader, Hoogleraar Economie was om diezelfde reden inmiddels ontslagen. In november 1940 werden joodse docenten met geschorst. Leo Frijda besloot een opleiding tot medisch analist te volgen, wat wel toegestaan was. Leo ging op kamer wonen en ontmoette Mien Harmsen. In 1986 zei ze over hem: “Hij was briljant, vond alles boeiend, kon alles, maar was geen aardige jongen want dat ging niet samen.” Zij hadden geen erotische relatie, maar zij woonden wel in hetzelfde huis. Hij gebruikte het persoonsbewijs van haar broer. Leo Frijda schreef voor het blad Lichting. Dit was geen verzetsblad, nieuwe schrijvers konden hier onder hun eigen naam in publiceren. Hij schreef toch onder een pseudoniem. Edgar Fossian. Hij had een relatie met de joodse vrouw Irma Seeling. Zij zou, na haar arrestatie, “gedraaid zijn” en heeft vele verzetstrijders van CS-6 verraden, waaronder Jan Verleun. Maar in het begin van de oorlog begon Leo Frijda met fotograferen. Bordjes met de tekst “ Voor joden verboden” en hij fotografeerde dit met zijn Leica . (1)

 

 

[1] Het ondergrondse verwachten. Schrijvers en tijdschriften tussen 1941 en 1945, Piet Calis,1989, Meulenhoff.