de PBC

Gepubliceerd op 24 maart 2018 17:31


In juni 1940 werd er besloten tot het invoeren van een persoonsbewijs, voor iedereen ouder dan 15 jaar. Het bij je dragen van een persoonsbewijs was verplicht. 

Het papier van het persoonsbewijs betond uit niet te raderen karton. Het had 3 Nederlandse leeuwen als watermerk waarvan er 2 in spiegelbeeld waren. Ook was er op het persoonsbewijs op ingenieuze wijze de tekst ‘bevolkingsregister van Nederland’ gedrukt. Voor het raster werd met speciale inkt gebruikt. Onder een kwarts lamp was het onzichtbaar. Getypte of geschreven letters konden met aceton verwijderd worden. Daarom werd er een speciale inkt gebruikt, die hier sterk op reageerde. Wanneer je iets met aceton probeerde te verwijderen, ontstonden er vlekken. 
Op een persoonsbewijs stonden de volgende gegevens:
-Letter met volgnummer van de Gemeente en het persoonsbewijs nummer.
-Achternaam en voornamen, geboorte datum en plaats, met wie iemand gehuwd was, nationaliteit,
- op welke datum het bewijs was uitgereikt en in welke gemeente.
-Het adres, het signalement en kenmerken en een vingerafdruk van de rechter wijsvinger.
-Verder zat er een leges zegel op met gemeente stempel, handtekening en een pasfoto met gemeente stempel en op de laatste pagina konden aantekeningen worden gemaakt door het daartoe bevoegd gezag.
De vingerafdruk kwam er 2x op te staan. Op 1 hiervan werd een breekbare zegel geplaatst met een moeilijk te verwijderen lijm.

De eerste vervalsingen bestonden uit het wegkrabben van de J van Jood uiteindelijk werden er persoonsbewijzen maar ook andere papieren gedrukt.
In 1943 kwamen compleet valse persoonsbewijzen in omloop, bestaande uit originele materialen. Gedurende de oorlog zouden er zo’n 200.000 valse Persoonsbewijzen in gebruik zijn.
Hoewel de perfecte vervalsing nooit gemaakt is, werden er niet veel mensen met een vals persoonsbewijs gesnapt. Er werd in de regel oppervlakkig gecontroleerd.
Voor Gerrit van der Veen was moment dat de Kultuurkamer opgericht werd, het moment om actief in verzet te gaan. Hij legde zich toe op het vervalsen van Persoonsbewijzen en richtte de PBC, de Persoons Bewijzen Centrale op. Het begon met het aanpassen van bestaande persoonsbewijzen, die gestolen al dan niet als verloren opgegeven waren. Dit ging over tot het vervalsen van persoonsbewijzen. 

Het vervalsen begon met 2 dunne velletjes papier waar de binnenkant grijs van gemaakt werd, hier werd het leeuwtje in uitgespaard, en dat leverde een watermerk op. De Duitsers kwamen hier achter en als ze een persoonsbewijs niet vertrouwden, dan maakten ze er een scheurtje in om zo te controleren of het om 1 of om 2 velletjes ging. Het vervalsen van persoonsbewijzen was arbeidsintensief, ze waren afhankelijk van de aanlevering van bestaande persoonsbewijzen, die dan aangepast konden worden. Op het moment dat ze dit zelf konden drukken, konden ze een veel grotere hoeveelheid persoonsbewijzen afleveren.
Uiteindelijk beschikten ze ook over originele materialen om persoonsbewijzen te drukken. Deze materialen kregen ze veelal van ambtenaren die het verduisterd hadden of door diefstal. Ambtenaren konden ook helpen met het “legaliseren” van valse gegevens als een persoonsbewijs vervangen werd. In het bevolkingsregister werden gegevens aan de gegevens van het vervalste persoonsbewijs aangepast. Dit werd het rondzetten van persoonsbewijzen genoemd. Men had dan een geheel nieuwe identiteit. In april 1944 had de PBC pas een bus met speciale inkt uit de Staatsdrukkerij van Den Haag.


Typograaf Stiebner vertelde hoe ze aan het juiste papier kwamen:
“Het volgende probleem was het juiste papier. Stiebner: ‘ik kende de directeur van de Staatsdrukkerij uit de tijd dat ik bij Monotype werkte, ik ben naar hem toegegaan en ik heb hem om papier gevraagd. Hij zei met een effen gezicht dat hij dat niet kon doen in zijn postitie, maar hij verwees me wel naar iemand anders van de staatdrukkerij; die heeft ons aan het juiste papier geholpen.”

Osewoudt zegt tegen de Vos Clootwijk: blz 116
“-ze vroeg u niet alleen om inlichtingen, ze vroeg, voor het geval u het niet kon doen of niet wilde, het adres van een andere functionaris.

 

Tijdens het Englandspiel werden er agenten gedropt met zeer slecht vervalste persoonsbewijzen. 

 

[1] [1] www.wazamar.org

[1]  Die man had moeten blijven leven. Gerrit jan van der Veen en het verzet, Anita van ommeren en Ageeth scherphuis. Sijthoff/ Amsterdam, 1988 Weekblad pers. Blz 71

 

 


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.