Andere leden van de Kring.

Meneer Eijlders begon zijn eigen cafe bij het Leidseplein dat op 24 december 1940 opende. Het werd een studenten/ kunstenaars café. Studentenvereniging de Thomaten en Argo kwamen en de kunstenaarssociëteit De Kring. Zijn gastenboek telt veel beroemde mensen.

Vanaf de eerste dag liep zijn zaak goed. Dit kwam door de gezellige zitjes.

 

Drie dagen later kwam er kerels langs met een bordje “Für Wehrmacht verboten”. Dat bordje hing hij wel trots op. Dit moesten cafés ophangen waar joods personeel was. Toch kwamen er een keer drie vrolijke matrozen van de Wehrmacht binnen. Ze gingen aan de bar zitten. Aan de bar zitten was sowieso verboden voor de Wehrmacht, dan was er te veel contact met de barman en de gasten. Hij wees ze op het bordje Für Wehrmacht verboten”. Ze bleven toch. Ze dronken een aantal biertjes en bij het afrekenen bleken ze 30 cent tekort te komen. Een vaste gast legde het ontbrekende geld neer en zei: “Von dem internationalen Judenkapital”. De matrozen sprongen in de houding en zeiden: “Die firma Hitler dankt dem internationalen Judenkapitel. Heil Hitler”.

Met het bordje “Für Wehrmacht verboten” werd het café versterkt als anti nazi bolwerk. Wat ook weer een gevaar betekende. Eylders heeft dan ook 3x in de Weteringschans gevangenis gezeten gedurende de bezetting.

Toen het bordje voor joden verboden verplicht werd, hing hij het met een gummi zuignapje boven de verwarming. Het bordje viel al gauw achter de verwarming, waar het gebleven is.

Studentenvereningen werden verboden, en de R. K. Thomaten kwamen clandestien op woensdagmiddag.

 

Met spertijd, moesten de cafe’s om 8 uur sluiten en vertrokken de dichters naar boven naar de huiskamer. Ik heb het dan over, Bertus Aafjes, Ed Hoornik, Koos Schuur, Bert voeten, Jan Elburg. Ed Hoornik en Bert Voeten.

In november 1941 werd de Kultuurkamer opgericht. Kunstenaars moesten zich laten registreren als ze nog als kunstenaar wilden werken. Eylders verfde zijn wandschilderingen over met witte verf, zodat ze voortaan in zijn café konden exposeren.

 

Er is een behoorlijke gastenlijst van verzetsstrijders die in Eylders kwamen. Een café is natuurlijk een ontmoetingsplek. Hier een korte beschrijving van de leden. Pam Pooters natuurlijk.

 

Katan van CS-6 verbleef in het huis van Ed Hoornik zijn toen hij opgepakt werd. Dit was op 19 augustus 1943. Hij was binnen gelaten door Ed zijn dochter. Ed Hoornik kwam net thuis met de eveneens Eylders gasten Bert Bakker en Gerard den Brabander van de kunstenaarssociëteit de Kring. Of ze net van café Eylders kwamen staat niet beschreven, maar dat was wel de ontmoetingsplek van de Kring. Ze hadden een feestje gevierd i.v.m. de uitgave van de bundel “Tweespalt” en de oprichting van de illegale uitgeverij Mansarde Pers. Ook zij werden opgepakt, maar overleefden de oorlog. Katan werd gefusilleerd op 30 september 1943. [i]

 

Andere stamgasten die actief waren in verschillende vormen van verzet waren:

Ed Hoornik, Schrijver. Eddy Davids

Hildo Krop, beeldhouwer, Lubberhuizen en Wim schouten van de Bezige Bij. Lubberhuizen had in 1939 al in het studenten blad Vox Studiosorum, waar hij redactielid van was, geschreven dat er meer aandacht voor de oorlog moest zijn. Toen de Joodes leraren ontslagen werden, deed Lubberthuizen een pittige bespreking over de propagandafilm Jud Süss. Hierop kreeg het blad een verschijningsverbod en moest Lubberhuizen zich elke dag, voor 3 maanden lang, bij de Sicherheitsdienst melden. Hierdoor werd zijn overtuiging stelliger dat hij zich tegen de Duitsers moest verzetten. In 1942 was hij actief in het Utrechtse Kindercomité, dat kinderen die uit de Hollandse schouwburg gehaald waren, en naar Limburg naar onderduikgezinnen gebracht werden. Dit koste veel geld. In 1943 (andere bron zegt 12 december 1944) richtte hij de uitgeverij de Bezige Bij op, hij gebruikte zelf al de schuilnaam B de Busy. Dit werd de grootste illegale uitgeverij in oorlogstijd. Ook Het gedicht “de 18 doden” van Jan Campert en “kerstmis in Scheveningen” zijn uitgegeven door de Bezige Bij, “Met de opbrengst van zijn uitgaven, werd het verzet gefinancierd. In totaal zo’n 800.000, - gulden.

Popke Bakker, de broer van Sjoerd Bakker, kwam ook regelmatig in het café. Sjoerd Bakker deed mee aan de overval op het bevolkingsregister.

Schrijver Theun de Vries van de verzetskrant de Vrije Katheder, werd vanwege verzetsactiviteiten opgepakt, schreef na de oorlog het boek het meisje met het rode haar. (1956) Ook lid geweest van de CPN.

Jan Postma was een kameraad van Eylders en belangrijk lid van de CPN. Ook was hij een voorstander van de oprichting van de Raad van Verzet waarin de verzetsgroepen meer gestructureerd samenwerkten. Hij werd in op 24 juli 1944 in Scheveningen gefusilleerd.

In het boekje: Recht al barste de wereld, worden de volgende stamgasten er nog bij genoemd:

Mien Harmsen

Nel Hissink –den Brink

Eduard Veterman

Met al die verzetsstrijders in zijn café wist Eijlders heus wel dat er af en toe een pistooltje onder een bank in zijn café lag. Hij wist niet dat zijn kelner Dick van Dijk, boodschappentassen vol met kleine wapens achter de bar zette die Nel Pooters, zus van Pam, opgehaald werd. Hij had wel een vermoeden dat zijn vrouw het wist. Zijn vrouw Cor was de moederfiguur die over het café volkje, waakte.[ii]

Na de oorlog werd Hermans een lid van de Kring.

 

[i] Geld verdienen zal ik er nooit aan. Briefwisseling Ed. Hoornik en A.A.a. Stols, 1938-1954 editeur Anky Hilgersom, letterkundig museum Den Haag, 1999.

[ii] Eylders. Het leven van een tegendraadse Amsterdammer. Eindredactie Hans Redeker, 1971, A. W. Bruna&Zoon. Utrecht/Antwerpen.


« 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.